Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1435

Datum uitspraak2006-01-20
Datum gepubliceerd2006-02-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers10/641102-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Tussentijdse beoordeling isd-maatregel. Geen reden tot beeindiging ondanks weigering veroordeelde en ondanks dat behandeling nog geen aanvang heeft genomen.


Uitspraak

Parketnummer: 10/641102-05 Datum uitspraak: 20 januari 2006 BESLISSING van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering in openbare raadkamer van 6 januari 2006, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan: [veroordeelde] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, zonder bekende woon - of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting “Amsterdam”, Huis van Bewaring “Het Veer”, 1096 CE Amsterdam, H.J.E. Wenckebachweg 48. PROCEDURE De rechtbank heeft acht geslagen op de navolgende stukken: * het strafdossier van deze zaak, waaruit blijkt dat aan [veroordeelde] voornoemd bij vonnis van deze rechtbank d.d. 24 juni 2005 is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren, waarbij tevens is bepaald dat het openbaar ministerie binnen 6 maanden dient te berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel; * een bericht als bedoeld in artikel 38s, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht mede inhoudend een verklaring van de directeur en de trajectbegeleider van de Inrichting voor Stelselmatige Daders omtrent de stand van uitvoering van het plan van opvang van de veroordeelde. De rechtbank heeft bij de openbare behandeling op 6 januari 2006 gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en de raadsman van veroordeelde mr. Tilburg, advocaat te Spijkenisse. BEVOEGDHEID De rechtbank is bevoegd, aangezien de meervoudige kamer van deze rechtbank de maatregel heeft opgelegd. OVERWEGINGEN Uit het onderzoek in raadkamer is gebleken dat veroordeelde niet geheel onwelwillend staat tegenover een behandeling op een - in zijn ogen - juiste isd-afdeling. Ook uit de genoemde verklaringen van de directeur en de trajectbegeleider blijkt dat er nog een mogelijkheid gezien wordt tot behandeling van Moti nu hij de juiste medicatie ontvangt en gestabiliseerd is. Dit overwegende en in aanmerking nemend dat de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat onvoldoende succes op de realisatie van de resocialisatiedoeleinden geen grond oplevert voor een beëindiging van de maatregel, is er geen aanleiding de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders te beëindigen. De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38s van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 509y tot en met 509ff van het Wetboek van Strafvordering. BESLISSING De rechtbank: - ziet geen aanleiding de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd te beëindigen. Aldus gedaan door: mr. Daalmeijer, voorzitter, en mrs. Reinds en Buizer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Jonker-den Besten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2006.